◄ Verhandeling 3
  Deel 1 ▲
Verhandeling 5 ►
Verhandeling 4

Gods betrekking tot het Universum

De instelling van de Vader ten opzichte van het Universum  •  God en de natuur  •  Gods onveranderlijke karakter  •  Het besef van God  •  Onjuiste ideeën over God

DE universele Vader heeft een eeuwig voornemen met de materiële, verstandelijke en geestelijke verschijnselen in het universum van universa, en te allen tijde is hij immer bezig dit voornemen ten uitvoer te brengen. God heeft de universa uit eigen vrije, soevereine wil geschapen, en hij schiep ze volgens zijn alwijze, eeuwige bedoeling. Het valt te betwijfelen of iemand, behalve de Paradijs-Godheden en hun hoogste medewerkers, werkelijk veel weet omtrent Gods eeuwige voornemen. Zelfs de verheven burgers van het Paradijs zijn zeer uiteenlopende meningen toegedaan aangaande de natuur van de eeuwige bedoeling der Godheden.

4:0.2

Het is niet moeilijk te concluderen dat de bedoeling van het scheppen van het volmaakte centrale universum Havona zuiver en alleen de bevrediging van de goddelijke natuur was. Weliswaar dient Havona als de schepping die het patroon vormt voor alle andere universa, en als laatste scholing van de pelgrims uit de tijd op hun weg naar het Paradijs, doch zulk een verheven schepping moet in de eerste plaats wel bestaan tot vreugde en bevrediging van de volmaakte, oneindige Scheppers.

4:0.3

Het verbazingwekkende plan om evolutionaire stervelingen te vervolmaken en hen, wanneer zij het Paradijs en het Korps der Volkomenheid hebben bereikt, verder op te leiden voor toekomstige werkzaamheden die nog niet onthuld zijn, lijkt op dit moment wel een van de belangrijkste ondernemingen te zijn in de zeven superuniversa en hun vele onderafdelingen, maar dit opklimmingsplan voor de vergeestelijking en opleiding van de stervelingen uit tijd en ruimte is geenszins de enige zaak waarmee de denkende wezens in het universum zich bezig houden. Er zijn ontegenzeggelijk vele andere boeiende bezigheden die de tijd en energie der hemelse heerscharen in beslag nemen.


 
 
4:1 ►
Het Urantia Boek