◄ Verhandeling 179
  Deel 4 ▲
Verhandeling 181 ►
Verhandeling 180

De afscheidsrede

Het nieuwe gebod  •  De wijnstok en de ranken  •  De vijandschap van de wereld  •  De beloofde helper  •  De geest van waarheid  •  De noodzaak om heen te gaan

TOEN ze de Psalm hadden gezongen aan het einde van het Laatste Avondmaal, dachten de apostelen dat Jezus van plan was direct naar het kamp terug te gaan, maar hij gaf hun te kennen dat ze weer moesten plaats nemen. De Meester sprak:

180:0.2

‘Jullie herinnert je zeker hoe ik jullie zonder beurs en knapzak uitzond, en je zelfs de raad gaf geen extra kleren mee te nemen. En jullie zult je allen herinneren dat het je aan niets heeft ontbroken. Maar nu zijn er moeilijke tijden voor jullie aangebroken. Jullie kunt je niet langer verlaten op de welgezindheid van de menigten. Laat voortaan ieder die een beurs bezit, deze meenemen. Wanneer jullie de wereld intrekt om dit evangelie te verkondigen, treft dan die voorzieningen voor jullie levensonderhoud die je het beste lijken. Ik ben gekomen om vrede te brengen, doch deze zal voorlopig nog niet aan de dag treden.

180:0.3

‘Het ogenblik is nu aangebroken dat de Zoon des Mensen verheerlijkt zal worden, en de Vader zal in mij verheerlijkt worden. Mijn vrienden, ik zal nog maar een kort ogenblik bij jullie zijn. Spoedig zullen jullie mij zoeken, maar mij niet meer vinden, want ik ga naar een oord waar jullie nu nog niet kunt komen. Maar wanneer jullie je werk op aarde ten einde zult hebben ge- bracht, zoals ik nu mijn werk ten einde gebracht heb, dan zullen jullie bij mij komen, zoals ik mij nu gereedmaak om naar mijn Vader te gaan. Het duurt nog maar even voordat ik jullie ga verlaten; jullie zult mij niet meer zien op aarde, maar jullie zult mij allen zien in het toekomende tijdperk, wanneer je opklimt naar het koninkrijk dat mijn Vader mij gegeven heeft.’


 
 
180:1 ►
Het Urantia Boek