◄ 66:1
Verhandeling 66
66:3 ►

De Planetaire Vorst van Urantia

2. De staf van de Vorst

66:2.1

De Planetaire Vorst van Urantia werd niet alléén uitgezonden op zijn missie, maar werd vergezeld door het gebruikelijke korps helpers en bestuurlijke assistenten.

66:2.2

Aan het hoofd van deze groep stond Daligastia, de medewerker-assistent van de Planetaire Vorst. Daligastia was eveneens een secundaire Lanonandek-Zoon, nummer 319.407 van die orde. Op het tijdstip dat hij werd aangesteld als ambtgenoot van Caligastia, bezat hij de rang van assistent.

66:2.3

De planetaire staf omvatte een groot antal engelen als medewerkers en een schare andere hemelse wezens die waren aangesteld om de belangen en het welzijn van de menselijke rassen te bevorderen. Maar vanuit uw standpunt gezien, werd de interessantste groep van allen gevormd door de lichamelijke leden van de staf van de Vorst—soms wel genoemd de honderd van Caligastia.

66:2.4

Deze honderd gerematerialiseerde leden van de staf van de Vorst werden door Caligastia gekozen uit meer dan 785.000 opklimmende burgers van Jerusem, die zich vrijwillig aanmeldden voor de avontuurlijke onderneming op Urantia. Ieder van de uitverkoren honderd was afkomstig van een andere planeet, en geen van hen kwam van Urantia.

66:2.5

Deze vrijwilligers uit Jerusem werden door middel van serafijnse transporten rechtstreeks uit de hoofdstad van het stelsel naar Urantia gebracht, en daaraangekomen bleven zij opgenomen in de serafijnen totdat zij konden worden voorzien van persoonlijkheidsgestalten van de tweevoudige natuur van de speciale planetaire dienst, lichamen die concreet bestonden uit vlees en bloed, maar ook waren afgestemd op de levenscircuits van het stelsel.

66:2.6

Enige tijd voor de aankomst van deze honderd burgers van Jerusem, hadden de twee toezichthoudende Levendragers die op Urantia verbleven en hun plannen reeds tevoren hadden gemaakt, Jerusem en Edentia om toestemming verzocht om het levensplasma van honderd geselecteerde overlevenden van het geslacht van Andon en Fonta over te planten in de materiële lichamen die ontworpen zouden worden voor de lichamelijke leden van de staf van de Vorst. Dit verzoek werd op Jerusem ingewilligd en op Edentia bekrachtigd.

66:2.7

Dienovereenkomstig werden door de Levendragers vijftig mannen en vijftig vrouwen uit het nageslacht van Andon en Fonta geselecteerd, in wie de beste elementen van dat unieke ras bewaard waren gebleven. Op een enkele uitzondering na, waren deze Andonieten die zouden bijdragen tot de vooruitgang van het ras, vreemden voor elkaar. Zij werden vanuit ver van elkaar gelegen oorden bij de ingang van het planetaire hoofdkwartier van de Vorst verzameld, onder de gecoördineerde leiding van de Gedachtenrichters en de serafijnen. Hier werden de honderd menselijke subjecten overgedragen aan de hoogst bekwame vrijwilligerscommissie uit Avalon, onder wier leiding de materiële extractie van een hoeveelheid levensplasma van deze afstammelingen van Andon plaatsvond. Dit levende materiaal werd vervolgens overgebracht in de materiële lichamen die waren geconstrueerd ten behoeve van de honderd Jerusemitische leden van de staf van de Vorst. Ondertussen werden deze pas aangekomen burgers van de hoofdwereld van het stelsel in de slapende toestand gehouden waarin zij door de serafijnen waren getransporteerd.

66:2.8

Deze verrichtingen, alsmede de concrete schepping van speciale lichamen voor de honderd van Caligastia, deden talrijke legenden onstaan, waarvan vele vervolgens werden verward met de latere overleveringen over de installatie van Adam en Eva op de planeet.

66:2.9

De gehele verrichting van de repersonalisatie, van het moment van de aankomst van de serafijnse transporten met de honderd vrijwilligers uit Jerusem, tot het ogenblik dat zij bewuste, drievoudige wezens van dit gebied werden, nam precies tien dagen in beslag.


◄ 66:1
 
66:3 ►