◄ 191:3
Verhandeling 191
191:5 ►

Verschijningen aan de apostelen en andere leiders

4. De tiende verschijning (in Filadelfia)

191:4.1

De tiende morontia-verschijning van Jezus voor de ogen van stervelingen vond plaats in Filadelfia op dinsdag, 11 april, even na acht uur; hier vertoonde hij zich aan Abner en Lazarus en ongeveer honderdvijftig van hun metgezellen, waaronder meer dan vijftig van het zeventig leden tellende korps der evangelisten. Deze verschijning vond plaats vlak na de opening van een speciale bijeenkomst in de synagoge, die door Abner was bijeengeroepen om de kruisiging van Jezus te bespreken alsmede het latere bericht van de opstanding, dat door de koerier van David was overgebracht. Aangezien de opgestane Lazarus nu deel uitmaakte van deze groep gelovigen, viel het hun niet moeilijk geloof te hechten aan het bericht dat Jezus uit de dood was verrezen.

191:4.2

De bijeenkomst in de synagoge werd juist geopend door Abner en Lazarus, die samen op het spreekgestoelte stonden, toen het gehele gehoor der gelovigen plotseling de gestalte van de Meester zag verschijnen. Hij trad naar voren van de plaats waar hij was verschenen tussen Abner en Lazarus, die hem geen van beiden hadden bemerkt, en begroette het gezelschap met de woorden:

191:4.3

‘Vrede zij met u. Ge weet allen dat wij één Vader in de hemel hebben, en dat er maar één evangelie van het koninkrijk is—de goede tijding van de gave van het eeuwige leven, die de mensen ontvangen door geloof. Terwijl ge u verheugt in uw trouw aan het evangelie, moet ge de Vader der waarheid bidden om in uw hart een nieuwe, grotere liefde voor uw broeders uit te storten. Ge moet alle mensen liefhebben zoals ik u heb liefgehad; ge moet alle mensen dienen zoals ik u gediend heb. Weest met begrip en sympathie en broederlijke liefde bevriend met al uw broeders die zich wijden aan de verkondiging van het goede nieuws, of zij nu Jood zijn of niet-Jood, Griek of Romein, Pers of Ethiopiër. Johannes heeft het koninkrijk van tevoren verkondigd; gij hebt het evangelie verkondigd met kracht; de Grieken onderrichten reeds het goede nieuws, en ik zal spoedig de Geest van Waarheid uitzenden in de zielen van al dezen, mijn broeders die zo onbaatzuchtig hun leven hebben gewijd aan de verlichting van hun medemensen die in geestelijke duisternis zijn gezeten. Ge zijt allen kinderen van het licht; verval daarom niet tot menselijke achterdocht en onverdraagzaamheid waaruit de complicaties van onbegrip voortkomen. Als ge zo gelouterd zijt door de genade van het geloof dat ge ongelovigen kunt liefhebben, zoudt ge dan niet evenzeer hen liefhebben die uw medegelovigen zijn in het wijd verbreide huisgezin van het geloof? Onthoudt dat alle mensen zullen weten dat ge mijn discipelen zijt, wanneer ge elkaar liefhebt.

191:4.4

‘Ga dan uit in de ganse wereld om dit evangelie van het vaderschap van God en de broederschap der mensen te verkondigen aan alle natiën en volkeren, en betracht altijd wijsheid bij de keuze van uw methoden om het goede nieuws aan de verschillende rassen en stammen der mensheid te brengen. Vrijelijk hebt ge dit evangelie van het koninkrijk ontvangen en vrijelijk zult ge het goede nieuws aan alle volkeren schenken. Wees niet bevreesd voor de weerstand van het kwade, want ik ben altijd met u, ja, tot het einde der eeuwen. En mijn vrede laat ik u.’

191:4.5

Nadat hij gezegd had, ‘Mijn vrede laat ik u,’ verdween hij uit hun gezicht. Op een van zijn verschijningen in Galilea na, waar meer dan vijfhonderd gelovigen hem terzelfdertijd zagen, was deze groep stervelingen in Filadelfia de grootste die hem bij één en dezelfde gelegenheid zag.

191:4.6

Terwijl de apostelen nog in Jeruzalem bleven wachten tot Tomas zich emotioneel hersteld zou hebben, gingen deze gelovigen in Filadelfia er de volgende morgen reeds vroeg opuit om te verkondigen dat Jezus van Nazaret uit de dood was verrezen.

191:4.7

De volgende dag, woensdag, bracht Jezus zonder onderbreking door in het gezelschap van zijn morontia-metgezellen, en in de middaguren ontving hij morontia-gedelegeerden van de woningwerelden van ieder plaatselijk stelsel van bewoonde werelden van de gehele constel-latie Norlatiadek, die hem kwamen bezoeken. En allen verheugden zij zich dat zij hun Schepper mochten kennen als een lid van hun eigen orde van verstandelijke wezens in het universum.


◄ 191:3
 
191:5 ►