◄ 154:6
Verhandeling 154
155:0 ►

De laatste dagen in Kafarnaüm

7. De haastige vlucht

154:7.1

Zo gebeurde het op zondagmorgen, de tweeëntwintigste mei, a.d.29, dat Jezus met zijn twaalf apostelen en de twaalf evangelisten haastig op de vlucht ging voor de gerechtsdienaren van het Sanhedrin, die naar Betsaïda op weg waren om hem op gezag van Herodes Antipas te arresteren en naar Jeruzalem te brengen om daar terecht te staan op beschuldiging van godslastering en andere overtredingen van de heilige wetten van de Joden. Het was bijna half negen toen dit gezelschap van vijfentwintig man zich op deze mooie morgen aan de riemen zette om naar de oostoever van het meer van Galilea te roeien.

154:7.2

De boot van de Meester werd gevolgd door een kleiner vaartuig waarin zes van Davids koeriers zaten, die opdracht hadden in contact te blijven met Jezus en zijn metgezellen en te zorgen dat er geregeld berichten aangaande hun doen en laten en hun veiligheid werden gestuurd naar het huis van Zebedeüs te Betsaïda, dat gedurende enige tijd als hoofdkwartier van het werk voor het koninkrijk had gediend. Maar Jezus zou nooit meer zijn intrek nemen in het huis van Zebedeüs. Van nu af aan, gedurende zijn gehele verdere leven op aarde, had de Meester waarlijk ‘geen plaats om zijn hoofd neer te leggen.’ Hij had zelfs niet meer wat ook maar bij benadering een vast verblijf genoemd kon worden.

154:7.3

Ze roeiden naar de overzijde tot dicht bij het dorp Keresa, lieten hun boot in de hoede van vrienden achter en begonnen aan de omzwervingen van dit veelbewogen laatste jaar van het leven van de Meester op aarde. Ze bleven enige tijd in het gebied van Filippus en gingen van Keresa naar Caesarea-Filippi, en vandaar trokken ze verder naar de kust van Fenicië.

154:7.4

De menigte bleef nog enige tijd in de buurt van het huis van Zebedeüs om te zien hoe deze twee boten koerszetten over het meer naar de oostelijke oever, en ze waren al een goed eind op weg toen de gerechtsdienaren uit Jeruzalem haastig aankwamen en naar Jezus begonnen te zoeken. Zij weigerden te geloven dat hij hun ontsnapt was, en terwijl Jezus en zijn gezelschap door Batanea naar het noorden trok, brachten de Farizeeën en hun helpers bijna een volle week door in de buurt van Kafarnaüm, waar ze Jezus tevergeefs zochten.

154:7.5

Jezus’ familie keerde terug naar hun huis in Kafarnaüm en bleef bijna een week bijeen om te praten, te debatteren en te bidden. Ze waren zeer verward en ontsteld. Ze hervonden hun gemoedsrust pas toen Ruth op donderdagmiddag terugkwam van een bezoek aan het huis van Zebedeüs, waar ze van David had gehoord dat haar vader-broer veilig en gezond was, en op weg naar de kust van Fenicië.


◄ 154:6
 
Verhandeling 155 ►
 

Nederlandse vertaling © Stichting Urantia. Alle rechten voorbehouden.