◄ 11:3
Verhandeling 11
11:5 ►

Het eeuwige Paradijs-Eiland

4. De buitenzijde van het Paradijs

11:4.1

Het centrale Eiland eindigt abrupt aan de buitenzijde, maar de afmetingen van het Eiland zijn zo enorm, dat deze eind-hoek binnen ieder gedefinieerd terrein betrekkelijk onzichtbaar is. De buitenzijde van het Paradijs wordt ten dele in beslag genomen door de velden voor landing en vertrek van verschillende groepen geest-persoonlijkheden. Aangezien de niet-doordrongen ruimtezones bijna de buitenzijde raken, landen alle transporten van persoonlijkheden die het Paradijs als bestemming hebben, in deze streken. Noch de bovenzijde, noch de onderzijde van het Paradijs kan worden benaderd door transport-supernafijnen of wezens van andere typen die de ruimte doorkruisen.

11:4.2

De Zeven Meester-Geesten hebben hun persoonlijke zetels van kracht en gezag op de zeven werelden van de Geest, die rond het Paradijs cirkelen in de ruimte tussen de stralende hemellichamen van de Zoon en het binnenste circuit van de Havona-werelden, maar op de buitenzijde van het Paradijs hebben zij hoofdkwartieren waar kracht wordt gefocaliseerd. Hier geven de langzaam circulerende tegenwoordigheden van de Zeven Allerhoogste Krachtdirigenten de plaats aan van de zeven stations van waaruit bepaalde Paradijs-energieën naar de zeven superuniversa worden geflitst.

11:4.3

Hier op de buitenzijde van het Paradijs bevinden zich de enorme historische en profetische tentoonstellingsgebieden die aan de Schepper-Zonen zijn toegewezen en aan de plaatselijke universa in tijd en ruimte zijn gewijd. Er zijn thans precies zevenduizend miljard van deze historische reservaten ingericht of in reserve, maar al deze voorzieningen beslaan tezamen slechts ongeveer vier procent van het gedeelte van de buitenzijde dat hiervoor is bestemd. Wij leiden hieruit af, dat deze enorme reserves bestemd zijn voor scheppingen die te eniger tijd buiten de grenzen zullen liggen van de zeven superuniversa die thans bekend en bewoond zijn.

11:4.4

Het gedeelte van het Paradijs dat is aangewezen voor gebruik door de thans bestaande universa, wordt slechts voor één tot vier procent benut, terwijl het gebied dat voor deze activiteiten is bestemd minstens een miljoen maal groter is dan werkelijk vereist is voor deze doeleinden. Het Paradijs is groot genoeg om plaats te bieden aan de activiteiten van een bijna oneindige schepping.

11:4.5

Doch verdere pogingen om u een beeld te geven van de heerlijkheden van het Paradijs zouden tevergeefs zijn. Ge moet wachten, en opklimmen terwijl ge wacht, want waarlijk: ‘Geen oog heeft gezien, geen oor gehoord, noch is in het denken van de sterfelijke mens opgekomen wat de Universele Vader heeft bereid voor hen die het leven in het vlees op de werelden in tijd en ruimte overleven.’


◄ 11:3
 
11:5 ►