◄ Verhandeling 53
Deel 2 ▲
Verhandeling 55 ►
Verhandeling 54

Problemen ten aanzien van de opstand van Lucifer

DE evolutionaire mens vindt het moeilijk de betekenis van kwaad, dwaling, zonde en ongerechtigheid geheel te begrijpen, en te vatten wat er met deze termen wordt bedoeld. De mens komt slechts langzaam tot het inzicht dat contrasterende volmaaktheid en onvolmaaktheid potentieel kwaad voortbrengen; dat conflicterende waarheid en leugen verwarrende dwaling scheppen; dat de goddelijke gave van de vrije wilskeuze uitloopt in de divergerende gebieden van zonde en rechtvaardigheid; dat het aanhoudend najagen van goddelijkheid tot het koninkrijk Gods voert, in tegenstelling tot de voortdurende verwerping van goddelijkheid, die voert naar de domeinen der ongerechtigheid.

54:0.2

De Goden scheppen geen kwaad, noch staan zij zonde en opstand toe. Potentieel kwaad is existent-in-de-tijd in een universum dat differentiële niveaus van volmaaktheidsbetekenissen en -waarden omvat. Zonde is potentieel in alle gebieden waar onvolmaakte wezens zijn begiftigd met het vermogen te kiezen tussen goed en kwaad. Juist de conflicterende aanwezigheid van waarheid en onwaarheid, feit en leugen, vormt de potentialiteit van dwaling. Zonde bestaat uit de opzettelijke keuze van het kwaad; de moedwillige verwerping van waarheid is dwaling; het aanhoudend najagen van zonde en dwaling is ongerechtigheid.

1. Ware en valse vrijheid

54:1.1

Geen der verwarrende problemen die uit de opstand van Lucifer voortvloeien, heeft zoveel moeilijkheden opgeleverd als het feit dat onvolgroeide evolutionaire stervelingen niet in staat zijn onderscheid te maken tussen ware en valse vrijheid.

54:1.2

Naar ware vrijheid wordt in alle eeuwen gezocht en gestreefd, en zij is de beloning voor evolutionaire vooruitgang. Onware vrijheid is de sluwe misleiding door de dwaling van de tijd en het kwaad in de ruimte. Blijvende vrijheid stoelt op de werkelijkheid van gerechtigheid—intelligentie, rijpheid, broederschap en billijkheid.

54:1.3

Vrijheid is een zichzelf vernietigende techniek van kosmisch leven wanneer haar motivering onintelligent, onvoorwaardelijk en teugelloos is. Ware vrijheid staat in progressief verband met de werkelijkheid en houdt immer rekening met sociale billijkheid, kosmische onpartijdigheid, universum-broederschap en goddelijke verplichtingen.

54:1.4

Vrijheid is suïcidaal wanneer zij wordt losgemaakt van materiële gerechtigheid, intellectuele onpartijdigheid, sociale verdraagzaamheid, morele plicht en geestelijke waarden. Vrijheid is niet-existent los van de kosmische realiteit, en alle persoonlijkheidswerkelijkheid is evenredig aan haar goddelijkheidsbetrekkingen.

54:1.5

Ongebreidelde eigenzinnigheid en ongecontroleerde zelfexpressie staan gelijk aan volslagen zelfzucht, het toppunt van goddeloosheid. Vrijheid zonder de daarmee verbonden, steeds toenemende verovering van het zelf is een verdichtsel van de egoïstische verbeelding van stervelingen. Vrijheid die gemotiveerd wordt door eigenbelang is een conceptuele illusie, een wrede misleiding. Ongebondenheid, vermomd in het gewaad der vrijheid, is de voorloper van verachtelijke slavernij.

54:1.6

Ware vrijheid is de metgezel van echt zelfrespect; valse vrijheid is de wederhelft van zelfbewondering. Ware vrijheid is de vrucht van zelfbeheersing; valse vrijheid is de aanmatiging van zelfbewustheid. Zelfbeheersing leidt tot altruïstisch dienen; zelfbewondering neigt tot het uitbuiten van anderen, ten behoeve van de zelfzuchtige verheerlijking van het dwalende individu dat bereid is rechtvaardige verworvenheden op te offeren, teneinde onrechtvaardige macht te verkrijgen over zijn medemensen.

54:1.7

Zelfs wijsheid is alleen dan goddelijk en veilig wanneer haar gezichtsveld kosmisch, en haar motivatie geestelijk is.

54:1.8

Er is geen grotere dwaling dan het soort zelfbedrog dat denkende wezens ernaar doet hunkeren om macht uit te oefenen over andere wezens, met het doel deze personen hun natuurlijke vrijheden te ontnemen. De gulden regel van menselijke billijkheid keurt al zulk bedrog, zulke unbillijkheid, zelfzucht en onrechtvaardigheid af. Alleen ware, echte vrijheid is verenigbaar met de heerschappij der liefde en het hulpbetoon der barmhartigheid.

54:1.9

Hoe durft het eigenzinnige schepsel inbreuk te maken op de rechten van zijn medeschepselen in naam van de persoonlijke vrijheid, terwijl de Allerhoogste Regeerders van het universum zich op de achtergrond houden uit barmhartig respect voor deze wilsprivileges en persoonlijkheidspotentialiteiten! Geen enkel wezen heeft bij het uitoefenen van zijn veronderstelde persoonlijke vrijheid het recht enig ander wezen die bestaansprivileges te ontnemen, welke het door de Scheppers zijn geschonken en door alle getrouwe medewerkers, ondergeschikten en onderdanen van dezen naar behoren worden gerespecteerd.

54:1.10

De evolutionaire mens moet voor zijn materiële vrijheden weliswaar strijd leveren met tyrannen en onderdrukkers op een wereld van zonde en ongerechtigheid, of gedurende de vroege tijden op een primitieve evoluerende wereld, maar op de morontia-werelden en de geest-werelden is dit niet het geval. Oorlog is het erfdeel van de vroege evolutionaire mens, maar op werelden met een normale voortschrijdende civilisatie is de lichamelijke strijd als methode om raciale misverstanden te beslechten, reeds lang in diskrediet geraakt.

2. De ontvreemding der vrijheid

54:2.1

Met de Zoon en in de Geest heeft God het eeuwige Havona ontworpen, en sindsdien heeft het eeuwige patroon van gecoördineerde participatie in de schepping—het samenwerken—immer bestaan. Dit patroon van samenwerking is het model-ontwerp voor elk der Zonen en Dochters van God die uitgaan in de ruimte en daar de poging ondernemen om het centrale universum van eeuwige volmaaktheid in de tijd te dupliceren.

54:2.2

Ieder schepsel in ieder evoluerend universum dat ernaar streeft de wil van de Vader te doen, is voorbestemd om een partner te worden van de tijd-ruimte-Scheppers in deze luisterrijke, avontuurlijke onderneming van het experiëntiele bereiken van volmaaktheid. Ware dit niet het geval, dan zou de Vader zulke schepselen zeker niet begiftigd hebben met creatieve vrije wil, en evenmin zou hij bij hen inwonen, daadwerkelijk een deelgenootschap met hen aangaan door middel van zijn eigen geest.

54:2.3

Lucifers dwaasheid was dat hij poogde het ondoenlijke te doen, om in een experiëntieel universum de tijd uit te schakelen. Lucifers misdaad was zijn poging om iedere persoonlijkheid in Satania zijn creatieve privileges te ontnemen, de niet als zodanig herkende beknotting van de persoonlijke participatie van het schepsel—vrijwillige participatie—in de lange evolutionaire worsteling om de status van licht en leven zowel individueel als collectief te bereiken. Hiermee stelde deze voormalige Soeverein van uw stelsel het doeleinde van zijn eigen wil in de tijd dwars tegenover de eeuwige bedoeling van de wil van God, zoals deze wordt geopenbaard in de schenking van vrije wil aan alle persoonlijke schepselen. Zo dreigde de opstand van Lucifer de grootst mogelijke inbreuk te worden op de vrije wilskeuze van opklimmenden en dienenden in het stelsel Satania: zij dreigde ieder van deze wezens voor altijd de aangrijpende ervaring te ontnemen dat hij iets persoonlijks en unieks bijdraagt aan het monument voor de experiëntiële wijsheid, dat langzaam tot stand komt en eens zal bestaan als het vervolmaakte stelsel Satania. Zo onthult het klare licht der rede dat het manifest van Lucifer, vermomd in het gewaad der vrijheid, een monumentale bedreiging was van de persoonlijke vrijheid, een vrijheidsberoving op een schaal die slechts tweemaal eerder in de gehele geschiedenis van Nebadon is benaderd.

54:2.4

Kortom, dat wat God aan mensen en engelen had geschonken, had Lucifer hen willen ontnemen—dat wil zeggen, het goddelijke privilege om deel te nemen in de schepping van hun eigen bestemming en in de bestemming van dit plaatselijke stelsel van bewoonde werelden.

54:2.5

Geen enkel wezen in het ganse universum heeft de rechtmatige vrijheid om enig ander wezen te beroven van zijn ware vrijheid, het recht om lief te hebben en bemind te worden, het privilege om God te aanbidden en zijn soortgenoten te dienen.

3. De vertraging van het recht

54:3.1

De morele wilssschepselen van de evolutionaire werelden hebben altijd moeite met de onbezonnen vraag waarom de alwijze Scheppers kwaad en zonde toelaten. Zij begrijpen niet dat deze beide onvermijdelijk zijn wil het schepsel waarlijk vrij zijn. De vrije wil van de evoluerende mens of de verfijnde engel is niet louter een filosofisch begrip, een symbolisch ideaal. ’s Mensen vermogen om te kiezen voor het goede of het kwade is een universum-werkelijkheid. Deze vrijheid om zelf te kiezen is door de Allerhoogste Regeerders geschonken, en dezen zullen geen enkel wezen en geen enkele groep wezens toestaan ook maar één enkele persoonlijkheid in het ganse universum van deze goddelijke geschonken vrijheid te beroven—zelfs niet om zulke misleide, onwetende wezens te bevredigen in hun genot van deze verkeerd benoemde persoonlijke vrijheid.

54:3.2

Ofschoon bewuste, hartgrondige identificatie met het kwaad (zonde) het equivalent is van niet-bestaan (vernietiging), moet er tussen de tijd dat er zulk een persoonlijke identificatie met zonde plaatsvindt en de uitvoering van de straf—het automatische gevolg van deze halsstarrige omhelzing van het kwaad—altijd een periode vallen die lang genoeg is om een gerechtelijk oordeel ten aanzien van de universum-status van zo’n individu mogelijk te maken, een oordeel dat alle betrokken universum-persoonlijkheden geheel kan bevredigen, en dat zo billijk en rechtvaardig moet zijn, dat de zondaar zelf er zijn goedkeuring aan zal hechten.

54:3.3

Indien echter deze universum-opstandeling tegen de werkelijkheid van waarheid en goedheid weigert het vonnis goed te keuren, en indien de schuldige in zijn hart de rechtvaardigheid van zijn veroordeling kent, maar weigert zulks te bekennen, dan moet de voltrekking van het vonnis conform het oordeel van de Ouden der Dagen worden uitgesteld. En de Ouden der Dagen weigeren enig wezen te vernietigen totdat alle morele waarden en alle geestelijke werkelijkheden zijn uitgedoofd, zowel in de boosdoener als in al degenen die met hem zijn verbonden, hem ondersteunen en mogelijk van dezelfde gevoelens zijn.

4. De vertraging der barmhartigheid

54:4.1

Een ander probleem dat in de constellatie Norlatiadek enigszins moeilijk valt uit te leggen, heeft betrekking op de redenen waarom het Lucifer, Satan en de gevallen vorsten zolang werd toegestaan onheil aan te richten, voordat zij gevangen genomen, geïnterneerd en berecht werden.

54:4.2

Ouders, zij die kinderen hebben voortgebracht en opgevoed, zijn beter in staat te begrijpen waarom Michael, een Schepper-vader, wellicht aarzelt zijn eigen Zonen te veroordelen en te vernietigen. Jezus’ verhaal over de verloren zoon illustreert zeer goed dat een liefhebbende vader lang kan wachten op het berouw van een dwalend kind.

54:4.3

Het feit dat een schepsel dat het kwade doet daadwerkelijk kan verkiezen het kwade te doen—zonde te begaan—is op zichzelf een bevestiging van het feit van het bestaan van de vrije wil en rechtvaardigt volkomen ieder uitstel, hoe lang ook, bij de tenuitvoerlegging van het recht, mits de barmhartigheid die betoond wordt tot berouw en rehabilitatie leidt.

54:4.4

De meeste vrijheden die Lucifer nastreefde, bezat hij reeds en andere zouden hem in de toekomst zijn verleend. Al deze kostbare gaven gingen verloren doordat hij toegaf aan zijn ongeduld en aan het verlangen om dat wat hij begeerde reeds nu te bezitten, en zulks met minachting van alle verplichtingen om de rechten en vrijheden te respecteren van alle andere wezens die samen het universum en universa vormen. Ethische verplichtingen zijn ingeboren, goddelijk en universeel.

54:4.5

Er zijn ons vele redenen bekend waarom de Allerhoogste Regeerders de leiders van de opstand van Lucifer niet onmiddellijk hebben vernietigd of geïnterneerd. Ongetwijfeld zijn er nog andere en mogelijk betere redenen die wij niet kennen. De hoofdtrekken van de barmhartigheid die dit uitstel van de tenuitvoerlegging van het gerechtelijk vonnis kenmerkt, werden door Michael van Nebadon persoonlijk uitgebreid. Indien deze Schepper-vader geen liefde zou voelen voor zijn dwalende Zonen, zouden de allerhoogste rechters van het superuniversum hun beslissing reeds hebben genomen. Indien een gebeurtenis zoals de opstand van Lucifer in Nebadon had plaatsgevonden terwijl Michael op Urantia was geïncarneerd, dan hadden de aanstichters van een dergelijk kwaad ogenblikkelijk en absoluut vernietigd mogen worden.

54:4.6

De allerhoogste rechters kunnen ogenblikkelijk beslissen wanneer zij niet door goddelijke barmhartigheid worden weerhouden. Maar het dienstbetoon der barmhartigheid aan de kinderen in tijd en ruimte voorziet altijd in dit uitstel in de tijd, deze reddende tussenpoos tussen het zaaien en het oogsten. Indien goed zaad is gezaaid, zorgt deze tussenpoos voor het toetsen en opbouwen van karakter; indien slecht zaad is gezaaid, verschaft dit barmhartige uitstel tijd voor berouw en correctie. Dit uitstel in de tijd bij het berechten en executeren van boosdoeners is inherent aan de barmhartigheid zoals deze in de zeven superuniversa wordt betoond. Deze beperking van het recht door barmhartigheid bewijst dat God liefde is, en dat zulk een God van liefde heerst over de universa, en in barmhartigheid het lot van en oordeel over al zijn schepselen bestiert.

54:4.7

Als er uit barmhartigheid uitstel in de tijd plaatsvindt, gebeurt dit in opdracht van de vrije wil van de Scheppers. In het universum is er heil te verwachten van deze techniek van geduld bij de behandeling van zondige opstandelingen. Ofschoon het maar al te waar is dat er geen goed uit kwaad kan voortkomen voor degene die kwaad beraamt en doet, is het evenzeer waar dat alle dingen (inclusief het kwaad, potentieel en manifest) samenwerken ten goede voor alle wezens die God kennen, met liefde zijn wil doen, en bezig zijn op te klimmen naar het Paradijs, in overeenstemming met zijn eeuwige plan en goddelijke bedoeling.

54:4.8

Deze perioden van barmhartigheidsuitstel kennen echter wel een einde. Niettegenstaande het lange uitstel (naar de tijdsrekening op Urantia) bij de berechting van de opstand van Lucifer, mogen wij hier vermelden dat gedurende de periode waarin deze openbaring tot stand werd gebracht, het eerste verhoor in de nog hangende zaak van Gabriël contra Lucifer plaatsvond op Uversa, en spoedig daarna werd het mandaat van de Ouden der Dagen uitgevaardigd met de instructie om Satan voortaan bij Lucifer op te sluiten op de gevangeniswereld. Hiermee is een einde gekomen aan Satans bevoegdheid om welke gevallen wereld van Satania dan ook nog langer te bezoeken. In een universum dat door barmhartigheid wordt beheerst, moge het recht langzaam zijn, maar is het ook zeker.

5. De wijsheid van het uitstel

54:5.1

Van de vele mij bekende redenen waarom Lucifer en zijn bondgenoten niet eerder zijn geïnterneerd of berecht, is mij toegestaan u de volgende te noemen:

54:5.2

1. De barmhartigheid vereist dat iedere boosdoener genoeg tijd krijgt om een weloverwogen, geheel zelf bepaald standpunt te formuleren ten aanzien van zijn kwade gedachten en zondige daden.

54:5.3

2. De allerhoogste rechtspraak wordt beheerst door de liefde van een Vader; dientengevolge zal het recht nooit vernietigen wie door barmhartigheid kan worden behouden. Aan iedere boosdoener wordt genadig tijd verleend om redding te aanvaarden.

54:5.4

3. Een liefdevolle vader is nimmer haastig in het straffen van een dwalend lid van zijn gezin. Geduld kan niet onafhankelijk van de tijd functioneren.

54:5.5

4. Ofschoon wandaden altijd schadelijk zijn voor een gezin, worden de rechtschapen kinderen door wijsheid en liefde altijd gemaand om geduld te hebben met een dwalende broeder gedurende de periode die de liefdevolle vader aan de zondaar heeft toegestaan teneinde de dwalingen zijns weegs te kunnen inzien en zijn redding te kunnen aangrijpen.

54:5.6

5. Ongeacht Michaels instelling tegenover Lucifer, in weerwil van het feit dat hij Lucifers Schepper-vader is, lag het niet op het terrein van de Schepper-Zoon om ten aanzien van de afvallige Stelsel-Soeverein korte rechtspleging toe te passen, omdat hij zijn zelfschenkingsloopbaan, waardoor hij de onvoorwaardelijke soevereiniteit zou verwerven, toen nog niet had voltooid.

54:5.7

6. De Ouden der Dagen zouden deze opstandelingen ogenblikkelijk hebben kunnen vernietigen, maar zij executeren boosdoeners zelden zonder hen volledig te hebben gehoord. In dit geval hebben zij de beslissingen van Michael niet willen herroepen.

54:5.8

7. Het is duidelijk dat Immanuel Michael raadde om zich niet met de opstandelingen te bemoeien en de opstand haar natuurlijke loop van zelfvernietiging te laten nemen. En de wijsheid van de Unie der Dagen is de weerspiegeling in de tijd van de verenigde wijsheid van de Paradijs-Triniteit.

54:5.9

8. De Getrouwe der Dagen op Edentia adviseerde de Constellatie-Vaders de opstandelingen de vrije baan te laten, zodat alle sympathie voor deze boosdoeners des te eerder zou worden uitgeroeid uit de harten van alle huidige en toekomstige burgers van Norlatiadek—de harten van alle sterfelijke, morontia-en geest-schepselen.

54:5.10

9. Op Jerusem werd Gabriël door de persoonlijke vertegenwoordiger van de Allerhoogste Uitvoerende Macht in Orvonton geadviseerd te bevorderen dat ieder levend schepsel alle gelegenheid zou krijgen een weloverwogen, rijpe keuze te maken ten aanzien van de zaken waar het in de Vrijheidsverklaring van Lucifer om ging. Toen de kwesties van rebellie eenmaal waren opgeworpen, werd Gabriël door de Paradijs-adviseur die hem in deze noodtoestand terzijde stond, getoond dat indien deze volledige vrije gelegenheid niet aan alle schepselen in Norlatiadek werd gegeven, de Paradijs-quarantaine zou moeten worden ingesteld voor de gehele constellatie, uit zelfbescherming tegen al deze mogelijk halfhartige of door twijfel overmande schepselen. Om de Paradijs-deuren van de opklimming open te kunnen houden voor de wezens van Norlatiadek, was het noodzakelijk om te zorgen dat de opstand zich volledig kon ontwikkelen en zeker te stellen dat alle wezens die er op enigerlei wijze mee te maken hadden, hun standpunt volledig zouden bepalen.

54:5.11

10. De Goddelijke Hulp en Bijstand van Salvington liet, als derde onafhankelijke proclamatie harerzijds, een bevel uitgaan om niets te ondernemen dat het afgrijselijke gelaat van de opstandelingen en de opstand gedeeltelijk zou zuiveren, lafhartig zou onderdrukken of op andere wijze zou verbergen. De heerscharen der engelen kregen opdracht te arbeiden voor de volledige onthulling van de zonde en onbeperkte gelegenheid om haar tot uitdrukking te doen komen, als de snelste methode om de volmaakte, finale genezing van de plaag van kwaad en zonde te bereiken.

54:5.12

11. Op Jerusem werd een noodraad van ex-stervelingen ingesteld, die bestond uit Machtige Boodschappers, verheerlijkte stervelingen die persoonlijke ervaring hadden in soortgelijke situaties, en hun collega’s. Deze brachten Gabriël op de hoogte van het feit dat er minstens driemaal zoveel wezens op een dwaalspoor zouden worden gebracht indien er pogingen zouden worden ondernomen de opstand despotisch of door snelrecht te ondrukken. Het gehele Uversa-korps van raadslieden adviseerde Gabriël unaniem de opstand zijn volle, natuurlijke loop te laten nemen, zelfs als er een miljoen jaar nodig zou zijn voor de afwikkeling van de gevolgen ervan.

54:5.13

12. De tijd, zelfs in een universum van tijd, is relatief: indien een sterveling van Urantia van gemiddelde leeftijd een misdaad zou plegen die over de gehele wereld een pandemonium zou doen uitbreken, en als hij dan binnen twee of drie dagen na het plegen van zijn misdaad gevangen genomen, berecht en terechtgesteld zou worden, zou u dit dan lang lijken? Toch zou dit dicht in de buurt komen van de duur van Lucifers leven, zelfs indien zijn berechting, die nu begonnen is, pas over honderdduizend Urantia-jaar zou worden afgerond. Het relatieve tijdsverloop, gezien vanuit Uversa waar de rechtzaak hangende is, zouden wij kunnen aanduiden door te zeggen dat de misdaad van Lucifer al binnen twee en een halve seconde nadat hij was gepleegd voor het gerecht werd gebracht. Vanuit het Paradijs gezien vindt de berechting gelijktijdig met het vonnis plaats.

54:5.14

Er zijn nog even zoveel andere redenen om de opstand van Lucifer niet willekeurig te beëindigen, reden die ge wel gedeeltelijk zoudt kunnen begrijpen, maar die ik u niet mag vertellen. Ik mag u wel meedelen dat wij op Uversa achtenveertig redenen onderrichten waarom het kwaad moet worden toegelaten, wil het de hele loop van zijn eigen morele bankroet en geestelijke uitroeiing hebben. Ik geloof stellig dat er nog evenveel andere redenen zijn, die ik niet ken.

6. De triomf der liefde

54:6.1

Ongeacht de moeilijkheden waarmee evolutionaire stervelingen zich geconfronteerd mogen zien wanneer zij trachten de opstand van Lucifer te begrijpen, moet het allen die bespiegelend nadenken duidelijk zijn dat de manier waarop de opstandelingen werden behandeld een rechtvaardiging is van de goddelijke liefde. De liefdevolle genade die aan de opstandelingen werd aangeboden, schijnt inderdaad vele onschuldige wezens in beproevingen en rampspoed te hebben verwikkeld, maar al deze verontruste persoonlijkheden kunnen zich veilig verlaten op de alwijze Rechters, die zowel barmhartig als rechtvaardig over hun bestemming zullen beslissen.

54:6.2

In al hun betrekkingen met denkende wezens worden zowel de Schepper-Zoon als zijn Paradijs-Vader door liefde beheerst. Vele aspecten van het standpunt van de regeerders van het universum tegenover opstandelingen en opstand—zonde en zondaren—kunt ge onmogelijk begrijpen, tenzij ge u herinnert dat God de Vader, in alle handelingen van goddelijkheid met het mensdom, voorrang heeft boven alle andere fasen van Godheidsmanifestatie. Wij moeten u ook herinneren aan het feit dat de Schepper-Zonen van het Paradijs allen door barmhartigheid worden gemotiveerd.

54:6.3

Indien een liefdevolle vader van een groot gezin verkiest barmhartigheid te betonen aan één van zijn kinderen dat schuldig is aan een ernstig vergrijp, kan het zeer wel gebeuren dat de barmhartigheid die aan dit zich misdragende kind wordt betoond, tijdelijk lijden ten gevolge heeft voor alle andere kinderen die zich goed gedragen. Dergelijke eventualiteiten zijn onvermijdelijk: zulk een risico is onafscheidelijk verbonden aan de werkelijkheidssituatie dat men een liefhebbende ouder heeft en lid is van een gezin. Ieder lid van een gezin heeft voordeel van het rechtschapen gedrag van ieder ander lid, en zo moet ook ieder lid de onmiddellijke tijdsgevolgen dragen van het wangedrag van ieder ander lid. Families, groepen, naties, rassen, werelden, stelsels, constellaties en universa zijn betrekkingen van associatie die individualiteit bezitten, en derhalve plukt ieder lid van zo’n groep, groot of klein, de vruchten van goeddoen, en lijdt het onder de gevolgen van het kwaaddoen, van alle andere leden van de groep in kwestie.

54:6.4

Eén ding moet hier echter duidelijk gesteld worden: indien ge gedwongen wordt de kwade gevolgen te dragen van de zonde van een lid van uw familie, een medeburger of een medesterveling, zelfs van opstand in het het stelsel of elders—wat ge ook te verduren moogt krijgen vanwege de overtredingen van uw metgezellen, medeschepselen of superieuren—ge kunt gerust zijn in de eeuwige zekerheid dat dergelijke beproevingen voorbijgaande bezoekingen zijn. Nooit kunnen deze gevolgen van broederlijk wangedrag in uw groep uw eeuwige vooruitzichten in gevaar brengen of ook maar in de geringste mate u uw goddelijke recht ontnemen om op te klimmen naar het Paradijs en God te bereiken.

54:6.5

En er is compensatie voor deze beproevingen, deze vertragingen en teleurstellingen waarvan de zonde van opstand immer vergezeld gaat. Van de vele waardevolle repercussies van de opstand van Lucifer die ik hier zou kunnen noemen, wil ik alleen wijzen op de hogere loopbaan van de sterfelijke opklimmenden, die burgers van Jerusem die zich door het weerstaan van de sofismen van zonden hebben bekwaamd om toekomstige Machtige Boodschappers te worden, leden van mijn eigen orde. Ieder wezen dat de toets van deze boze episode doorstond, heeft daarmede onmiddellijk zijn administratieve status en geestelijke waardigheid verhoogd.

54:6.6

In het begin leek de omwenteling die door Lucifer was teweeggebracht een volslagen ramp voor het stelsel en voor het universum. Geleidelijk begonnen zich ook de voordelen te vermeerderen. Toen er vijfentwintigduizend jaar stelsel-tijd (twintigduizend jaar in Urantia-tijd) verstreken was, begonnen de Melchizedeks te onderrichten dat het goede dat uit Lucifers dwaasheid was voortgekomen, gelijk was geworden aan het kwaad dat erdoor was ontstaan. De som van kwaad was tegen die tijd bijna stationair geworden, aangezien het alleen op bepaalde geïso-leerde werelden nog toenam, terwijl de gunstige repercussies zich bleven vermenigvuldigen en zich door het universum en het superuniversum tot zelfs in Havona toe bleven uitbreiden. De Melchizedeks onderrichten thans dat het goede dat uit de opstand in Satania is voortgekomen, meer dan duizendmaal groter is dan de som van alle kwaad.

54:6.7

Doch zulk een buitengewone, weldadige oogst van misdadigheid kon alleen worden teweeggebracht door de wijze, goddelijke en barmhartige houding van alle superieuren van Lucifer van de Constellatie-Vaders op Edentia tot de Universele Vader op het Paradijs. Het verstrijken van de tijd heeft het goede, dat indirect uit de dwaasheid van Lucifer heeft kunnen voortkomen, geaccentueerd; en aangezien het kwaad dat bestraft moest worden binnen betrekkelijk korte tijd geheel en al tot ontwikkeling was gekomen, ligt het voor de hand dat de alwijze, vooruitziende regeerders van het universum de tijd waarin een oogst van steeds weldadiger gevolgen kon worden binnengehaald, zeker zouden uitbreiden. Ongeacht de vele andere redenen om de arrestatie en berechting van de opstandelingen in Satania uit te stellen, zou alleen dit ene profijt reeds voldoende verklaring geweest zijn voor het feit dat deze zondaren niet eerder zijn geïnterneerd, en nog niet zijn berecht en vernietigd.

54:6.8

Het kortzichtige, tijdgebonden sterfelijke denken zou zich ervoor moeten hoeden de vertragingen in de tijd van de vèrziende, alwijze bestuurders van universum-zaken te haastig te bekritiseren.

54:6.9

Eén dwaling in ’s mensen denken in verband met deze problemen bestaat in het idee dat alle evolutionaire stervelingen op een evoluerende planeet er de voorkeur aan zouden geven aan de loopbaan naar het Paradijs te beginnen, indien hun wereld niet de vloek der zonde had gedragen. De mogelijkheid om overleving van de hand te wijzen dateert niet van de tijd van de opstand van Lucifer. De sterfelijke mens is altijd in het bezit geweest van de gave van vrije wilskeuze ten aanzien van de loopbaan naar het Paradijs.

54:6.10

Bij uw opklimming in de overlevingservaring zult ge uw denkbeelden aangaande het universum verruimen en uw horizon van betekenissen en waarden uitbreiden, en dan zult ge beter kunnen begrijpen waarom het wezens als Lucifer en Satan wordt toegestaan in opstand te blijven. Ge zult ook beter begrijpen hoe er uiteindelijk (zo niet onmiddellijk) goed kan voortkomen uit door de tijd beperkt kwaad. Wanneer ge het Paradijs bereikt, zult ge werke- lijk verlicht en getroost worden als ge de superafijnse filosofen deze moeilijk te doorgronden problemen in de harmonisatie van het universum hoort bespreken en uitleggen. Maar ik betwijfel of ge zelfs dan geheel tevreden zult zijn naar uw eigen gevoel. Ik was dit tenminste niet, zelfs niet toen ik dit hoogtepunt der universum-filosofie had bereikt. Ik kwam pas tot een volledig verstaan van deze complexiteiten toen ik was aangesteld om administratieve plichten te vervullen in het superuniversum, waar ik door daadwerkelijke ervaring voldoende conceptuele capaciteit heb verworven om dergelijke complexe problemen in de kosmische billijkheid en de geestelijke filosofie te begrijpen. Bij uw opklimming naar het Paradijs zult ge steeds meer ondervinden dat vele problematische kenmerken van het bestuur van het universum pas kunnen worden begrepen wanneer er meer experiëntiële capaciteit is verworven en er een verdieping van het geestelijk inzicht is bereikt. Kosmische wijsheid is essentieel voor het begrijpen van kosmische situaties.

54:6.11

[Aangeboden door een Machtige Boodschapper, die in de eerste stelsel-opstand in de universa in de tijd tot experientiële overleving is gekomen, thans is toegevoegd aan de superuniversum-regering van Orvonton en bij deze aangelegenheid optreedt op verzoek van Gabriël van Salvington.]


◄ Verhandeling 53
Bovenkant
Verhandeling 55 ►
Het Urantia Boek

Nederlandse vertaling © Stichting Urantia. Alle rechten voorbehouden.