◄ 52:2
Verhandeling 52
52:4 ►

Planetaire tijdvakken van stervelingen

3. De post-Adamische mens

52:3.1

Wanneer de oorspronkelijke impuls van het evolutionaire leven zijn biologische beloop heeft gehad, wanneer de mens de top van de dierlijke ontwikkeling heeft bereikt, arriveert de tweede orde van zoonschap, en wordt de tweede dispensatie van genade en bijstand ingeluid. Dit geldt voor alle evolutionaire werelden. Als het hoogst mogelijke niveau van het evolutionaire leven is bereikt, als de primitieve mens zo hoog mogelijk is opgeklommen op de biologische ladder, verschijnen er op de planeet altijd een Materiële Zoon en Dochter die gestuurd zijn door de Soeverein van het Stelsel.

52:3.2

In toenemende mate worden er aan de post-Adamische mensen Gedachtenrichters geschonken, en deze stervelingen verwerven in steeds grotere aantallen het vermogen om later met de Richter te fuseren. Terwijl de Adams functioneren als afdalende Zonen, bezitten zij geen Richters, maar hun nakomelingen op de planeet—de rechtstreekse en de gemengde—worden rechtmatige kandidaten om te hunner tijd Geheimnisvolle Mentors te ontvangen.

52:3.3

Tegen de tijd dat het post-Adamische tijdperk wordt afgesloten, beschikt de planeet over het volle aantal hemelse dienaren dat haar toekomt; alleen de fusie-Richters worden nog niet universeel verleend. Het belangrijkste doel van het Adamische regime is de evoluerende mens ertoe te brengen de overgang te voltooien van het civilisatiestadium van de jager en de veehoeder naar dat van de landbouwer en de tuinbouwer, een stadium dat later zal worden aangevuld door de verschijning van de stedelijke en industriële toevoegingen aan de civilisatie. Tienduizend jaar van deze dispensatie van de biologische verheffers is voldoende om een wonderbaarlijke transformatie tot stand te brengen. Vijfentwintigduizend jaar van zulk een bestuur van de vereende wijsheid van de Planetaire Vorst en de Materiële Zonen maakt de wereld gewoonlijk rijp voor de komst van een Magistraat-Zoon.

52:3.4

In dit tijdperk voltooit zich gewoonlijk de eliminatie van de onbekwamen en de verdere zuivering van de raciale elementen; op normale werelden worden bij de zich voortplantende geslachten van het gebied de onvolwaardige bestiale tendenties bijna geheel geëlimineerd.

52:3.5

De Adamische nakomelingschap mengt zich nooit met de inferieure elementen der evolutionaire rassen. Evenmin is het een onderdeel van het goddelijke plan dat de Planetaire Adam of Eva persoonlijk met de evolutionaire volkeren paren. Dit project van rassenverbetering is de taak van hun nakomelingschap. De nakomelingen van de Materiële Zoon en Dochter worden echter generaties lang gemobiliseerd, alvorens het dienstbetoon van de raciale vermenging wordt ingesteld.

52:3.6

Het gevolg van het geschenk van het Adamische levensplasma aan de rassen der stervelingen is een onmiddellijke verhoging van de intellectuele capaciteit en een versnelling van de geestelijke vooruitgang. Gewoonlijk vindt er ook enige fysieke verbetering plaats. Op een gemiddelde wereld is de post-Adamische dispensatie een tijdperk van grote uitvindingen, energiebeheersing en mechanische ontwikkeling. Dit is het tijdvak waarin er vele vormen van industrie verschijnen en de krachten der natuur beheersbaar worden. Het is de gouden eeuw van ontdekkingsreizen en de finale ontginning van de planeet. De materiële vooruitgang van een wereld vindt grotendeels plaats in deze periode, tijdens welke de ontwikkeling van de natuurwetenschappen wordt ingeluid—een tijdvak zoals Urantia thans ervaart. Uw wereld ligt een hele dispensatie en meer achter op het gemiddelde planetaire schema.

52:3.7

Op een normale wereld hebben de rassen zich tegen het eind van de Adamische dispensatie praktisch vermengd, zodat er waarlijk kan worden verkondigd dat ‘God alle naties uit één bloed gemaakt heeft’ en dat zijn Zoon ‘alle volkeren uit één kleur gemaakt heeft.’ De kleur van zulk een gemengd ras is violet van een enigszins olijfkleurige schakering, het raciale ‘blank’ van de werelden.

52:3.8

De primitieve mens is voor het merendeel carnivoor; de Materiële Zonen en Dochters eten geen vlees, maar binnen enkele generaties komt hun nageslacht meestal op het niveau van alleseters terecht, ofschoon hele groepen van hun nakomelingen soms vegetariër blijven. Deze dubbele oorsprong van de post-Adamische rassen verklaart waarom dergelijke gemengde mensenstammen anatomische rudimenten vertonen die zowel tot de plantenetende als tot de vleesetende diergroep behoren.

52:3.9

Binnen tienduizend jaar van raciale vermenging vertonen de geslachten die hieruit voortkomen anatomische vermenging van wisselende graad, waarbij bepaalde elementen meer kenmerken dragen van hun niet-vleesetende voorvaderen en andere meer kenmerkende trekken en fysieke eigenschappen van hun vleesetende evolutionaire voorouders. Het merendeel van deze wereldrassen wordt al spoedig alleseters, en voedt zich met een ruime keuze aan spijzen uit zowel het dierenrijk als het plantenrijk.

52:3.10

Het post-Adamische tijdvak is de dispensatie van het internationalisme. Wanneer de taak van der vermenging der rassen bijna voltooid is, neemt het nationalisme af en begint de broederschap der mensen werkelijk een feit te worden. Regeringen door volksvertegenwoordigers beginnen in de plaats te komen van de monarchale of paternalistische regeringsvorm. Het onderwijsstelsel wordt mondiaal en geleidelijk beginnen de talen der rassen het veld te ruim voor de taal van het violette volk. Universele vrede en samenwerking worden slechts zelden bereikt voordat de rassen tamelijk goed vermengd zijn en zij een gemeenschappelijke taal spreken.

52:3.11

Gedurende de laatste eeuwen van de post-Adamische tijd ontwikkelt zich een nieuwe belangstelling voor kunst, muziek en literatuur, en dit wereldwijde ontwaken is het signaal voor de verschijning van een Magistraat-Zoon. Het hoogtepunt van de ontwikkeling van dit tijdvak is de universele belangstelling voor intellectuele realiteiten, ware filosofie. De religie wordt minder nationalistisch, en meer en meer een planetaire zaak. Deze tijden worden gekenmerkt door nieuwe openbaringen van waarheid, en de Meest Verhevenen van de constellaties beginnen te regeren in de zaken der mensen. De waarheid wordt geopenbaard tot en met het bestuur van de constellaties.

52:3.12

Dit tijdvak kenmerkt zich door grote ethische vooruitgang: de broederschap der mensen is het doel van de samenleving. Wereldwijde vrede—het verdwijnen van raciale conflicten en van vijandigheid tussen de naties—is de aanwijzing dat de planeet rijp is voor de komst van de derde orde van zoonschap, de Magistraat-Zoon.


◄ 52:2
 
52:4 ►