◄ 163:4
Verhandeling 163
163:6 ►

De bevestiging van de Zeventig in Magadan

5. Het verplaatsen van het kamp naar Pella

163:5.1

Jezus en de twaalf maakten zich nu gereed om hun laatste hoofdkwartier op te slaan in Perea, nabij Pella, waar Jezus in de Jordaan was gedoopt. De laatste tien dagen van november werden besteed aan beraadslagingen in Magadan, en op dinsdag, 6 december, bij het aanbreken van de dag, vertrok het gehele gezelschap van bijna driehonderd mensen met al hun bezittingen, om die avond hun kamp op te slaan in de buurt van Pella, bij de rivier. Dit was dezelfde plek, bij de bron, waar Johannes de Doper verscheidene jaren zijn kamp had gehad.

163:5.2

Na het opbreken van het kamp te Magadan keerde David Zebedeüs terug naar Betsaïda en begon de koeriersdienst onmiddellijk in omvang terug te brengen. Het koninkrijk was een nieuwe fase ingegaan. Dagelijks arriveerden er pelgrims uit alle delen van Palestina en zelfs uit verre oorden in het Romeinse Rijk. Er kwamen af en toe zelfs gelovigen uit Mesopotamië en uit de landen ten oosten van de Tigris. Op 18 december belaadde David, met behulp van zijn koeriers, de lastdieren met de kampuitrusting die toen in het huis van zijn vader was opgeslagen en waarmee hij eerder het kamp te Betsaïda aan het meer had uitgerust. Hij zei Betsaïda voorlopig vaarwel en trok langs de oever van het meer en langs de Jordaan naar een plek ongeveer een halve mijl ten noorden van het kamp van de apostelen; en binnen een week was hij gereed om gastvrijheid te bieden aan bijna vijftienhonderd pelgrims die het kamp kwamen bezoeken. Het kamp van de apostelen had plaats voor ongeveer vijfhonderd. Het was het regenseizoen in Palestina en dit onderkomen was nodig voor het steeds toenemende aantal voornamelijk serieuze belangstellenden die naar Perea kwamen om Jezus te ontmoeten en zijn onderricht te beluisteren.

163:5.3

David deed dit alles op eigen initiatief, ofschoon hij in Magadan wel overleg had gepleegd met Filippus en Matteüs. Hij maakte gebruik van de diensten van de meerderheid van zijn voormalige koerierskorps om hem te helpen in de leiding van het kamp; er werden nu nog geen twintig man ingezet voor de geregelde koeriersdienst. Tegen het eind van december, nog vóór de zeventig waren teruggekeerd, hadden zich al bijna achthonderd bezoekers rond de Meester verzameld, en dezen vonden onderdak in het kamp van David.


◄ 163:4
 
163:6 ►